Op 17 en 18 november 2010 neem ik namens hard//hoofd deel aan twee debatten over kunstkritiek.
17 November vindt in de Rotterdamse Schouwburg aansluitend op de uitreiking van de Pierre Bayle Prijs voor Cultuurkritiek het debat “In Kritieke Toestand?” plaats, een debat over de legitimiteit van de kunstkritiek, georganiseerd door De Unie in Debat en de Raad voor Cultuur. De discussie wordt geleid door publicist Bas Heijne en zijn gespreksgenoten zijn: Maarten Doorman (dichter en bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek van Kunst en Cultuur aan de UvA), Carla Valentin (eindredacteur Opium, Nieuwsuur, AVRO), Xandra Schutte (hoofd-redacteur de Groene Amsterdammer) en ikzelf.
Op 18 November wordt in het beursgebouw in Brussel de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek uitgereikt, met ook daar een panelgesprek over de waardering van kunstkritiek in de algemene media en hoe jonge critici er aan kunnen bijdragen deze te vergroten.
Het debat van de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek is hier terug te zien!
–
In Kritieke Toestand?
“In de recent verschenen bundel Aan mijn voormalig vaderland beschrijft Michaël Zeeman twee ontwikkelingen die voor “een crisis in het kritische idioom” hebben gezorgd: migratie en emancipatie. Onderhevig aan een wederzijdse beïnvloeding hebben zij grote onzekerheid in de omgang met cultuuruitingen gebracht. De postmoderne verbreding van smaak en relativering van kennis werd ontwikkeld in een toenemende multiculturele omgeving. De wederzijdse doordringing van culturen en een exploderende middenklasse hebben geleid tot een alomtegenwoordigheid van mening, opinie, beeld en geluid. Versterkt door nieuwe massamedia heeft dit de vraag naar kwaliteit wellicht lastig, maar in ieder geval wezenlijk gemaakt. Voor Michaël Zeeman was de koers duidelijk: een innige verstandhouding met de klassieken was de basis voor elk cultureel avontuur. “Wie lang genoeg naar Herman van Veen luistert, zoekt vanzelf de stilte wel op.”
De vraag is of internet en de alomtegenwoordigheid van de populaire cultuur het definitieve einde van de romantiek hebben ingeluid – de verwerving van kennis en schoonheid door langdurig te denken en veel te lezen, met in het achterhoofd het besef dat je nooit genoeg kunt weten. Aan het einde van het Pierre Bayle juryrapport vestigt Kees Weeda de aandacht op het recent verschenen De Barbarenvan de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Hierin wordt de opvatting verkondigd dat er geen sprake is van verval van beschaving, maar van een overgang naar een nieuwe cultuur waarin digitale kennisverwerving op eenzelfde waarde wordt geschat als het lezen van Anna Karenina. Is dat nu zo?
Dit publieke debat over de kunstkritiek is een vervolg op een expertmeeting die de Raad voor Cultuur afgelopen zomer organiseerde. Een van de conclusies daaruit was dat niet alleen de kunstkritiek maar ook en met name, de gevestigde instituten, afbrokkelen. De criticus wordt letterlijk en figuurlijk de ruimte ontnomen zich te ontwikkelen. De traditionele media zijn hiervan het belangrijkste voorbeeld. Dagbladen staan onder druk ten gunste van informatie met consumptief gehalte en de publieke omroep lijkt al lange tijd aan banden van de kijkcijferterreur en strakke programmaformats.
Zijn we inderdaad “in kritieke staat?” Als dit het geval is, wat zijn dan de consequenties voor het gezag van de criticus? Over welke competenties dient hij te beschikken? Welke rol speelt zijn publiek, de kritische burger, hierin? Is er een taak voor de overheid? Of heeft Alessandro Baricco gelijk en is er sprake van een overgang naar een nieuwe cultuur en daarmee een nieuwe cultuurbeschouwing? Hoe dan om te gaan met het gebrek aan hiërarchie van nieuwe media, en te zorgen dat kwaliteit boven komt drijven?
Locatie: Rotterdamse Schouwburg, Grote Zaal. Reserveren verplicht, via reserveren@deunie.nu“